Kort antwoord

Wat moet u hiervan onthouden?

Bij meerdere banen gelden werk- en rusttijden over de werkzaamheden samen. De werknemer moet iedere werkgever tijdig de informatie geven die nodig is om de Arbeidstijdenwet na te leven; een werkgever die van ander werk weet, moet dit in de roosterbeoordeling betrekken.

Voor wie: Praktijkhouders, planners en HR-verantwoordelijken die verloskundigen met meer dan één dienstverband of een combinatie van werkvormen inzetten.

Drie punten om vast te houden

  1. 01Een contract van beperkte omvang zegt niets over de totale belasting wanneer dezelfde verloskundige elders diensten werkt.
  2. 02Vraag begin-, eind- en oproeptijden die voor de arbeidstijdtoets nodig zijn, niet automatisch het volledige rooster of inhoudelijke gegevens van de andere praktijk.
  3. 03De algemene maxima zijn geen doelrooster; nachtdiensten, consignatie, zorgspecifieke uitzonderingen en cao-afspraken kunnen aanvullende grenzen geven.
Norm

Toets de werknemer, niet ieder contract afzonderlijk

Rijksoverheid legt uit dat de Arbeidstijdenwet bij meerdere banen op alle werkzaamheden geldt en dat de werktijden bij elkaar moeten worden opgeteld. De Nederlandse Arbeidsinspectie gebruikt hetzelfde uitgangspunt in haar handhavingsbeleid: ook bij meer werkgevers moet voldoende rust overblijven en mag niet te veel worden gewerkt. Weet een werkgever van de andere inzet, dan moet hij ermee rekening houden.

Artikel 5:15 van de Arbeidstijdenwet verplicht een werknemer die bij meer dan één werkgever werkt om iedere werkgever uit eigen beweging tijdig de informatie te geven die nodig is voor naleving. Die informatieplicht maakt een losse verklaring bij indiensttreding niet voldoende. Het rooster verandert, oproepen lopen uit en een tweede werkgever kan diensten wijzigen.

Praktijkkeuze

Vraag alleen de gegevens die de roostercontrole nodig heeft

Maak bij indiensttreding en vóór iedere roosterperiode zichtbaar of er ander werkgeverswerk is. Vraag vervolgens per relevante periode de geplande begin- en eindtijden, nachtarbeid, consignatie of aanwezigheidsdienst en feitelijke oproepen. De eigen planner hoeft niet te weten voor welke cliënten of op welke inhoudelijke casus iemand elders werkt.

Leg uit waarom de gegevens worden gevraagd, wie ze mag zien en hoe lang de roosterinformatie wordt bewaard. Gebruik bij voorkeur een beperkte uren- en rustverklaring of een gedeeld tijdsoverzicht, niet een vrije kopie van het volledige rooster van de andere organisatie. Bij onduidelijkheid vraagt de werkgever door op tijdvakken en rust, niet op medische of cliëntinhoudelijke details.

Duiding

Maak een gezamenlijke tijdlijn van dienst, oproep en rust

Zet beide werkgeversroosters in één tijdlijn. Registreer geplande dienst, bereikbaarheidsblok, feitelijke oproeparbeid en de rust tot de volgende inzet afzonderlijk. Een bereikbaarheidsdienst bij praktijk A kan door een nachtelijke oproep de rust vóór een ochtendspreekuur bij praktijk B verkorten, ook als beide roosters afzonderlijk binnen hun contracturen blijven.

Controleer vóór publicatie en opnieuw na afwijkingen. Rijksoverheid noemt als algemene bovengrenzen twaalf uur per dienst en zestig uur per week, met lagere gemiddelden over vier en zestien weken. Gebruik die getallen niet los: voor nachtwerk, consignatie en zorg gelden aanvullende regels en uitzonderingen uit Arbeidstijdenbesluit en toepasselijke collectieve afspraken.

Praktijkkeuze

Wijs een besliseigenaar en herstelroute aan

Spreek af wie de gecombineerde toets uitvoert en wie een dienst mag wijzigen. Wanneer samenloop te weinig rust of te veel arbeid oplevert, moet vóór de inzet duidelijk zijn welke praktijk haar rooster aanpast. Laat dit niet pas tijdens de overdracht tussen twee dienstdoende verloskundigen worden uitgevochten.

Leg ook vast wat gebeurt wanneer een oproep uitloopt. De medewerker meldt de afwijking onmiddellijk aan de volgende werkgever; die controleert de resterende rust, activeert zo nodig achterwacht en registreert de feitelijke uren. Een papieren rooster zonder actualisatie is geen deugdelijke arbeidstijdenregistratie.

Duiding

Behandel loondienst en zelfstandig werk niet als dezelfde toets

Rijksoverheid vermeldt dat de Arbeidstijdenwet in beginsel niet geldt voor zelfstandigen, behalve bij bepaalde gevaarlijke werkzaamheden. Trek daaruit niet de conclusie dat zelfstandig werk naast loondienst voor de werkgever onzichtbaar mag blijven. De combinatie kan belastbaarheid, veilige inzet, contractuele nevenwerkafspraken en de kwalificatie van de arbeidsrelatie raken.

Laat een gemengde constructie afzonderlijk juridisch en arbokundig beoordelen. Dit artikel gaat primair over meerdere dienstverbanden en bepaalt niet wanneer een waarnemer werkelijk zelfstandig is of welke regel bij een concrete combinatie voorrang heeft.

Voor de praktijk

Controlelijst voor werkgever en leidinggevende

  • Vraag bij start en vóór iedere roosterperiode of er arbeid voor een andere werkgever is.
  • Verzamel alleen begin-, eind-, nacht-, bereikbaarheids- en oproeptijden die voor de toets nodig zijn.
  • Leg beide roosters in één tijdlijn en toets arbeid en rust vóór publicatie.
  • Herbereken na een uitgelopen oproep of gewijzigde dienst en activeer zo nodig achterwacht.
  • Wijs één besliseigenaar aan en leg roosterwijziging en feitelijke uren controleerbaar vast.
  • Beoordeel zelfstandig nevenwerk apart en veronderstel niet dat dezelfde wettelijke samenloopregel geldt.

Primaire en gezaghebbende bronnen

Waar deze publicatie op berust

Bronnen zijn gecontroleerd op 1 september 2026. Een bron kan later wijzigen. Controleer bij besluiten altijd de actuele brontekst en de toepasselijkheid op uw situatie.

  1. Wat staat er in de Arbeidstijdenwet over mijn werktijden? ↗Rijksoverheid

    Officiële uitleg over samenloop van meerdere banen en reikwijdte van de wet.

  2. Handhavingsbeleid Arbeidstijdenwet ↗Nederlandse Arbeidsinspectie

    Toezichtuitgangspunt voor meerdere werkgevers en nachtwerk.

  3. Arbeidstijdenwet, artikel 5:15 ↗Overheid.nl

    Wettelijke informatieplicht van de werknemer bij arbeid voor meer dan één werkgever.

  4. Wettelijke regels voor werktijden en rusttijden ↗Rijksoverheid

    Algemene maxima en gemiddelden; sectorspecifieke afwijkingen blijven afzonderlijk te toetsen.